Natuurvriendelijk isoleren

Het isoleren van gevels en daken is een belangrijke stap om het energieverbruik van woningen te verminderen. Door woningen beter te isoleren, daalt de afhankelijkheid van aardgas, daalt de CO₂-uitstoot en worden energiekosten verlaagd. Uiteindelijk verhoogt dit het wooncomfort.

Toch kan woningisolatie ook een keerzijde hebben. Gebouwen bieden vaak onderdak aan beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.

De huismus kwam eeuwenlang voor in elke tuin. Onder onze daken vond de huismus een prima plek om te nestelen. Het gaat nu helemaal niet goed met deze soort. De huismus is zelfs opgenomen op de Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Ook andere diersoorten die in gebouwen wonen, zoals de gierzwaluw, spreeuw of diverse vleermuissoorten, hebben geen zonnig vooruitzicht. Dat heeft veel te maken met het isoleren van woningen. Daarbij worden vaak dieren gedood en verdwijnt nestgelegenheid. Bijvoorbeeld doordat dieren door het dichtspuiten van de spouw worden opgesloten. Hierdoor verhongeren ze of ze worden gedood door het isolatiemateriaal.

De Omgevingswet biedt bescherming aan deze dieren. Volgens deze wet is het verboden om verblijfplaatsen van vogels of vleermuizen te beschadigen en vernielen of deze soorten te doden. Het zomaar isoleren van spouwmuren of daken mag dus niet. Natuurvriendelijk isoleren maakt het mogelijk om de biodiversiteit én het klimaat te beschermen.

Wanneer aanwezigheid van beschermde soorten of hun verblijfplaats is geconstateerd, mag er alleen worden geïsoleerd met een vergunning op basis van deze Omgevingswet. Aan deze vergunning zijn voorwaarden verbonden, zoals het plaatsen van vervangende verblijfplaatsen.

Om het isoleren voor woning- en gebouweigenaren makkelijker te maken, werkt de provincie Overijssel samen met gemeenten aan gebiedsvergunningen op basis van gemeentelijke Soortenmanagementplannen. Dit zorgt ervoor dat initiatiefnemers niet meer zelf een vergunning hoeven aan te vragen.

eDNA als erkende maatregel

De eDNA-regeling is een methode die op basis van DNA-sporen bepaalt of er al dan niet vleermuizen aanwezig zijn. Op grond hiervan mag een isolatiebedrijf bij een negatieve test isoleren, zonder aanvullende maatregelen. Bij een negatieve test zijn er geen sporen van vleermuizen gevonden.

De provincie Overijssel raadt het gebruik van de eDNA-methode echter af. Deze methode is nog niet betrouwbaar en beperkt toepasbaar. Bovendien volgt uit de Omgevingswet dat na een positieve eDNA-test, nader onderzoek moet plaatsvinden. Er zijn dan immers sporen van beschermde soorten gevonden.

Er is onderzoek nodig om te bepalen:

  • welke soorten dit zijn;
  • om hoeveel soorten/individuen het gaat;
  • om welk type verblijfplaats het gaat (bijvoorbeeld kraam- of zomerverblijfplaats).

Als het voor de uitvoering van de activiteit niet mogelijk is om met maatregelen te voorkomen dat soorten worden gedood of verstoord óf dat verblijfplaatsen worden vernield, dan is een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Als u zich hier niet aan houdt, riskeert u handhavingsmaatregelen.

Vleermuizen die ondersteboven hangen.
Gat tussen bakstenen muur met vleermuis erin.
Huismus op struik met groene bladeren.
Hand die buis vasthoudt die in bakstenen muur is gemonteerd.

Natuurvriendelijk isoleren: hoe en wat?

Isoleren van gevel of dak? Kies voor een isolatiebedrijf dat natuurvriendelijk isoleert!

Handige links